Wil je snel weten hoeveel je verantwoord kunt lenen en wat je echt per maand kwijt bent? Je ontdekt welke gegevens je nodig hebt, hoe rente, NHG, energielabel en (studie)schulden je maximale hypotheek beïnvloeden en hoe je bruto en netto maandlasten realistisch doorrekent. Met heldere stappen, scenario’s en tips voorkom je valkuilen en krijg je direct grip op je woonbudget.

Hypotheek berekenen: wat heb je nodig en hoe werkt het
Als je je hypotheek wilt berekenen, begin je met een paar vaste gegevens: je bruto-inkomen (en dat van je partner), je vaste lasten, eventuele schulden en je eigen geld. Ook de koopsom of geschatte woningwaarde, het rentepercentage, de looptijd (meestal 30 jaar) en de aflosvorm zijn noodzakelijk. Bij annuïtair los je af met een gelijk totaal maandbedrag; bij lineair betaal je in het begin meer, maar dalen je lasten sneller. Op basis van deze inputs berekent een hypotheekcalculator je leencapaciteit: wat je maximaal kunt lenen en wat je maandlasten ongeveer worden. Daarbij worden wettelijke rekenregels toegepast die rekening houden met je inkomen en de actuele hypotheekrente. NHG (Nationale Hypotheek Garantie) kan je rente verlagen en soms je maximale hypotheek positief beïnvloeden, binnen de geldende grens.
Een beter energielabel of energiebesparende maatregelen kunnen extra leenruimte geven. Voor je maandlasten is het verschil tussen bruto en netto relevant: door hypotheekrenteaftrek kun je netto minder betalen, terwijl het eigenwoningforfait een kleine fiscale bijtelling is. Vergeet niet bijkomende kosten mee te nemen, zoals kosten koper, notaris en taxatie; die betaal je meestal (deels) met eigen geld. Met een goede rekentool voer je deze gegevens in, vergelijk je scenario’s en zie je direct of een huis past bij wat je verantwoord kunt lenen en wat je per maand gaat betalen.
Je financiële situatie: inkomen, vaste lasten, eigen geld en schulden (BKR)
Je maximale hypotheek begint bij je toetsinkomen: je bruto salaris met vakantiegeld en eventuele structurele toeslagen, en bij tweeverdieners telt het inkomen van je partner mee. Werk je met bonussen of wisselend inkomen, dan telt meestal een gemiddeld of voorzichtig deel mee. Voor je leencapaciteit kijkt de bank vooral naar je inkomen en bestaande kredieten; je eigen vaste lasten zijn vooral belangrijk om realistisch te bepalen wat je per maand kunt missen.
Bij BKR geregistreerde leningen, creditcardlimieten en private lease verlagen je maximale hypotheek, omdat ze als maandlast meetellen. Een studieschuld staat niet bij het BKR, maar moet je wel opgeven en weegt mee via vaste rekenregels. Eigen geld – spaargeld, schenking of overwaarde – gebruik je voor kosten koper en om de lening ten opzichte van de woningwaarde te verlagen, wat je rente en maandlasten kan drukken.
Rente, looptijd en aflosvorm (annuïtair of lineair)
Onderstaande tabel vergelijkt rente, looptijd en aflosvormen en laat zien hoe deze keuzes je hypotheekberekening, maandlasten en totale kosten beïnvloeden.
| Keuze | Kernuitleg | Effect op maandlasten | Effect op totale kosten / leencapaciteit |
|---|---|---|---|
| Rente (percentage en rentevastperiode) | Rente is de prijs van lenen; langere rentevastperiode geeft meer zekerheid en is doorgaans duurder dan korter/variabel. | Hogere rente = hogere bruto én netto maandlast; variabele rente kan stijgen of dalen. | Hogere rente verhoogt totale rentekosten en verlaagt je leencapaciteit volgens de Nibud-toets. |
| Looptijd (leningstermijn) | Maximaal 30 jaar voor hypotheekrenteaftrek; korter aflossen = sneller schuldenvrij. | Kortere looptijd = hogere maandlast; langere looptijd = lagere maandlast. | Korter bespaart totale rente; in de standaardtoets verandert leencapaciteit meestal beperkt, maar hogere werkelijke lasten kunnen je budget in het begin belasten. |
| Aflosvorm: Annuïtair | Elke maand een gelijk bruto bedrag; rentedeel daalt, aflossing stijgt. Renteaftrek mogelijk (max. 30 jaar). | Bruto gelijk; netto loopt meestal licht op doordat de renteaftrek afneemt. | Totale rente hoger dan bij lineair (bij gelijke rente/looptijd). Vaak de basis voor de leencapaciteitstoets. |
| Aflosvorm: Lineair | Vast aflossingsbedrag per maand; rente neemt snel af. Renteaftrek mogelijk (max. 30 jaar). | Start hoger, daarna dalende maandlasten gedurende de looptijd. | Lager totaal aan rente dan annuïtair; leencapaciteit in toetsing meestal gelijk, maar hogere startlast vraagt meer budget in het begin. |
Kort samengevat: rente weegt het zwaarst voor hoeveel je kunt lenen, de looptijd wisselt tussen lagere maandlasten of lagere totale kosten, en de aflosvorm bepaalt het verloop van je lasten (annuïtair vlakker, lineair goedkoper in totaal maar hoger bij de start).
De rente stuurt je maandlasten én je maximale hypotheek: hoe hoger de rente, hoe lager je leencapaciteit. Kies je een lange rentevaste periode, dan heb je meer zekerheid maar vaak een iets hogere rente; met NHG of een lagere lening ten opzichte van de woningwaarde kan de rente omlaag. De looptijd is meestal 30 jaar: verkorten verhoogt je maandlasten maar verlaagt de totale rente; verlengen doet het omgekeerde.
Bij annuïtair betaal je elke maand een gelijk bruto bedrag, met in het begin meer rente en minder aflossing; je netto lasten zijn vaak stabiel door renteaftrek. Bij lineair los je elke maand een vast deel af, dalen je lasten sneller en betaal je over de hele looptijd minder rente, maar je startlast is hoger. Sinds 2013 is aflossen vereist voor renteaftrek.
Welke gegevens je in de hypotheekrekentool invoert
In een hypotheekrekentool vul je eerst je bruto jaarinkomen in (en dat van je partner), inclusief vaste toeslagen zoals vakantiegeld en dertiende maand, en geef je aan of je inkomen wisselt. Vervolgens kies je de rentevaste periode en voer je een indicatieve rente in, samen met de looptijd en de aflosvorm (annuïtair of lineair). Je vult de koopsom of verwachte woningwaarde in, of een taxatiewaarde als je die hebt, en je geeft aan hoeveel eigen geld je meeneemt voor kosten koper of om de lening te verlagen.
Schulden zoals studieschuld, persoonlijke lening, private lease en creditcardlimiet noteer je apart, net als NHG als dat van toepassing is. Bij doorstromen kun je bestaande hypotheek en overwaarde invullen, en soms je energielabel of geplande energiemaatregelen voor extra leenruimte.
[TIP] Tip: Gebruik betrouwbare rekentool; vul bruto-inkomen, rente, looptijd en schulden.

Maximale hypotheek berekenen: hoeveel kun je lenen
Je maximale hypotheek hangt vooral af van je toetsinkomen en de actuele hypotheekrente. Aan de hand van landelijke normen (financieringslastpercentages: het deel van je inkomen dat je aan wonen mag besteden) berekent de bank wat je verantwoord kunt lenen. Hoe hoger de rente, hoe lager je leencapaciteit; een langere rentevaste periode geeft zekerheid maar vaak net iets minder leenruimte. Ook de woningwaarde telt mee: je leent in de regel maximaal 100% van de marktwaarde, waardoor je kosten koper met eigen geld betaalt.
NHG kan je rente verlagen en biedt extra zekerheid binnen de grens die daarvoor geldt. Als je met z’n tweeën koopt, telt een groot deel van het tweede inkomen mee, terwijl een studieschuld, private lease of andere BKR-registraties je maximum verlagen omdat ze als maandlast meetellen. Een gunstig energielabel of geplande energiemaatregelen kunnen juist extra ruimte geven. Een rekentool geeft een snelle indicatie; de definitieve maximale hypotheek volgt na toetsing van je gegevens en waardering van de woning.
Zo bepaalt de bank je maximale hypotheek: toetsinkomen en financieringslastpercentages
De bank begint met je toetsinkomen: het gestandaardiseerde inkomen waarop wordt getoetst. Dat is je bruto jaarinkomen inclusief vaste toeslagen; bij tweeverdieners telt het tweede inkomen grotendeels mee en als je zzp’er bent, kijkt de bank meestal naar een meerjarig gemiddelde. Vervolgens past de bank financieringslastpercentages toe: een tabel die aangeeft welk deel van je inkomen je maximaal aan woonlasten mag besteden.
Die percentages hangen onder meer af van je inkomen, de actuele (toets)rente, looptijd en soms ook van het energielabel of geplande energiemaatregelen. De uitkomst is je maximale maandlast. Met die maandlast rekent de bank, gegeven de rente en aflosvorm, terug naar het maximale leenbedrag. Eventuele leningen of een studieschuld verlagen die ruimte.
Invloed van rente, NHG en energielabel op je leencapaciteit
De hypotheekrente is de grootste knop: hoe hoger de rente, hoe lager je maximale hypotheek, omdat je maandlasten sneller tegen de grens aanlopen waar de bank op toetst. Kies je voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG), dan daalt je risico en daardoor vaak je rente, wat je leencapaciteit kan vergroten. Wel betaal je een eenmalige premie, die je meestal mag meefinancieren; per saldo pakt NHG vaak gunstig uit zolang je binnen de NHG-grens blijft.
Je energielabel telt ook mee: een zuinige woning levert lagere energielasten op, waardoor je in de toetsing soms iets meer ruimte krijgt. Daarnaast kun je extra lenen voor energiebesparende maatregelen, binnen vastgestelde grenzen. Samen bepalen rente, NHG en energielabel dus of je net wat meer of juist minder kunt lenen.
Situaties: tweeverdieners, ZZP, variabel inkomen en studieschuld
Als tweeverdieners tellen jullie beide inkomens mee volgens de actuele leennormen; vaak levert dat meer leencapaciteit op dan op één inkomen, maar de gekozen rente en looptijd blijven doorslaggevend. Ben je zzp’er, dan kijkt de bank meestal naar je gemiddelde winst van de afgelopen jaren, met onderbouwing via jaarrekeningen en aanslagen; start je korter, dan is extra bewijs van continuïteit nodig.
Heb je variabel inkomen zoals overwerk, provisie of bonus, dan telt vaak een gemiddeld of voorzichtig deel mee, of is een intentie- of perspectiefverklaring nodig. Een studieschuld moet je altijd opgeven; die staat niet bij het BKR, maar telt als maandlast mee en verlaagt daardoor je maximale hypotheek.
[TIP] Tip: Reken met minstens +1% rente voor realistische, veilige maandlasten.

Maandlasten hypotheek berekenen: wat betaal je per maand
Je maandlasten bestaan uit rente en aflossing. Dat is je bruto maandbedrag: bij annuïtair blijft dit bruto bedrag gelijk, terwijl de verhouding rente/aflossing verschuift; bij lineair los je elke maand een vast deel af en dalen je lasten sneller. Je netto maandlast ligt vaak lager door hypotheekrenteaftrek: de betaalde rente mag je (binnen regels) aftrekken van je inkomen, terwijl het eigenwoningforfait – een fiscale bijtelling op basis van de WOZ-waarde – een klein deel weer compenseert. De hoogte van je rente hangt af van de rentevaste periode, je risicoklasse (hoeveel je leent ten opzichte van de woningwaarde) en bijvoorbeeld NHG; een lagere rente betekent lagere maandlasten.
Reken ook met overige woonlasten zoals opstalverzekering, VvE-bijdrage bij een appartement, onderhoud, energie en gemeentelijke heffingen, zodat je weet wat je totaal per maand kwijt bent. Check tot slot wat er gebeurt als de rente na je rentevaste periode stijgt, zodat je een realistische buffer aanhoudt.
Bruto versus netto maandlasten: renteaftrek en eigenwoningforfait
Je bruto maandlast bestaat uit rente en aflossing. Voor je netto maandlast trek je de fiscale effecten erbij: alleen de betaalde rente is aftrekbaar als je lening een eigenwoningschuld is en je annuïtair of lineair in maximaal 30 jaar aflost; aflossing zelf is niet aftrekbaar. De aftrek verlaagt je belastbaar inkomen tegen het geldende tarief, waardoor je netto minder betaalt. Daar staat het eigenwoningforfait tegenover: een bijtelling op basis van de WOZ-waarde die je fiscale voordeel deels compenseert.
Omdat bij annuïtair en lineair het renteaandeel in de tijd daalt, neemt je renteaftrek af en schuiven je netto maandlasten geleidelijk richting je bruto bedrag. Heb je weinig of geen hypotheekrente, dan verdwijnt het aftrekvoordeel vrijwel en voel je vooral de bijtelling. Reken beide effecten mee voor een realistisch maandbudget.
Rente en aflossing per aflosvorm en looptijd
Bij annuïtair betaal je elke maand een gelijk bruto bedrag, waarbij in het begin vooral rente en weinig aflossing zit; naarmate je vordert verschuift dat juist richting meer aflossing en minder rente. Bij lineair los je elke maand een vast deel van de schuld af, waardoor je bruto maandlasten vanaf dag één dalen en je over de hele looptijd minder rente betaalt dan bij annuïtair.
De looptijd is de totale duur van je hypotheek, meestal 30 jaar: kies je korter, dan stijgt je maandbedrag maar daalt de totale rente; kies je langer, dan is je maandbedrag lager maar betaal je uiteindelijk meer rente. Let ook op je rentevaste periode: die bepaalt hoe lang je rente gelijk blijft.
Overige woonlasten: VVE, verzekeringen, onderhoud en energie
Naast je hypotheek betaal je maandelijks of jaarlijks andere woonlasten die je echt moet meerekenen. Woon je in een appartement, dan betaal je VvE-bijdrage voor onderhoud, verzekeringen en het reservefonds volgens het meerjarenonderhoudsplan; check de hoogte en gezondheid van de VvE, want dat voorkomt verrassingen. Voor verzekeringen geldt: een opstalverzekering is bij een hypotheek verplicht (bij appartementen vaak collectief via de VvE), en een inboedelverzekering dekt je spullen; premies verschillen per woningtype en dekking.
Reserveer ook voor onderhoud, zoals schilderwerk, cv-onderhoud en dak of kozijnen; een realistisch jaarbudget voorkomt achterstallig werk. Energie tenslotte weegt zwaar: tarieven, verbruik, isolatie en energielabel bepalen je maandbedrag, dus toets je berekening met een actueel voorschot en eventuele besparingsplannen.
[TIP] Tip: Tel VvE-bijdrage, opstalverzekering, onderhoud en gemeentelijke belastingen mee.

Online hypotheek berekenen: stappenplan en valkuilen
Begin met het verzamelen van je gegevens: bruto jaarinkomen (en dat van je partner), vaste toeslagen, eventuele variabel inkomen, schulden en BKR-registraties, eigen geld en de koopsom of geschatte woningwaarde. Kies vervolgens je aflosvorm (annuïtair of lineair), looptijd en rentevaste periode en vul in de hypotheekcalculator een realistische rente in, plus NHG als dat van toepassing is. Voeg de bijkomende kosten toe, zoals kosten koper, notaris, taxatie en eventueel de NHG-premie, en vink waar mogelijk energielabel en geplande energiemaatregelen aan voor eventuele extra leenruimte. Laat de rekentool zowel je maximale hypotheek als je bruto en netto maandlasten berekenen en vergelijk meerdere scenario’s: andere rentevaste periodes, lagere of hogere inbreng van eigen geld en de impact van een hogere of lagere rente.
Let op valkuilen: alleen bruto rekenen zonder renteaftrek en eigenwoningforfait mee te nemen, je variabel inkomen overschatten, VvE-bijdrage, energie en onderhoud vergeten, of geen buffer inbouwen voor het moment dat je rentevaste periode afloopt. Onthoud dat een online proefberekening een indicatie is; de uiteindelijke leencapaciteit hangt af van de formele toetsing en de taxatiewaarde. Met een zorgvuldige berekening zie je direct of een huis past én wat je maandelijks verantwoord kunt betalen.
Stappenplan: maximale hypotheek en maandlasten berekenen met een rekentool
Met deze drie stappen bereken je snel en realistisch je maximale hypotheek en maandlasten met een online rekentool. Zorg dat je cijfers actueel en volledig zijn.
- Vul je persoonlijke en financiële gegevens in: bruto jaarinkomen (en dat van je partner), vaste toeslagen en eventueel variabel inkomen; alle schulden en BKR-registraties (zoals studieschuld en private lease); koopsom of woningwaarde, eigen geld en of NHG van toepassing is.
- Stel de hypotheekcondities: kies rentevaste periode, een realistisch rentepercentage, de looptijd (vaak 30 jaar) en de aflosvorm (annuïtair of lineair); controleer meteen je risicoklasse ten opzichte van de woningwaarde (loan-to-value).
- Laat de tool rekenen en verfijn: bekijk je maximale hypotheek en je bruto én netto maandlasten (inclusief renteaftrek en eigenwoningforfait), tel bijkomende kosten mee (bijv. kosten koper, notariskosten, taxatie en NHG-premie) voor je totale financieringsbehoefte, en vergelijk meerdere scenario’s met andere rente, looptijd en aflosvorm.
Sla de beste scenario’s op of bespreek ze met een adviseur voor een extra check. Zo voorkom je verrassingen en weet je precies waar je aan toe bent.
Bijkomende kosten meerekenen: kosten koper, notariskosten, taxatie, NHG-premie
Als je je hypotheek berekent, tel je naast de koopsom ook de bijkomende kosten mee. Kosten koper omvatten onder meer overdrachtsbelasting, notariskosten voor leverings- en hypotheekakte, kadaster en vaak advies- en bemiddelingskosten. Voor NHG betaal je een eenmalige premie; die verlaagt meestal je rente en kun je soms meefinancieren, maar alleen zolang je totale hypotheek niet boven 100% van de marktwaarde uitkomt.
Taxatiekosten heb je nodig om de marktwaarde vast te stellen en voor de risicoklasse of NHG-toetsing. Reken grofweg met enkele procenten van de koopsom, afhankelijk van je situatie en eventuele startersvrijstelling. Omdat je in Nederland maximaal 100% van de marktwaarde mag lenen, betaal je een groot deel van deze kosten doorgaans met eigen geld.
Veelgemaakte fouten die je voorkomt
Voorkom rekenfouten als je online je hypotheek berekent. Dit zijn de valkuilen die we het vaakst zien-en hoe je ze omzeilt.
- Alleen naar bruto maandlasten kijken: neem altijd renteaftrek en het eigenwoningforfait mee om je netto maandlasten realistisch te zien.
- Bijkomende kosten vergeten: reken kosten koper, notariskosten, taxatie, advies en eventuele NHG-premie mee; deze betaal je vaak (deels) met eigen geld.
- Onrealistische invoer: overschat variabel inkomen (bonus/overwerk) niet, meld studieschuld/private lease/creditcardlimiet wél, vul geen te hoge woningwaarde in en houd rekening met risicoklasse en NHG; reken meerdere scenario’s door, doe een rentestress-test en kies een aflosvorm/looptijd die past bij je buffer en toekomstplannen.
Met realistische aannames en een stresstest krijg je een betrouwbare uitkomst uit de rekentool. Twijfel je? Laat een adviseur meekijken voordat je een bod doet.
Veelgestelde vragen over hypotheek berekenen
Wat is het belangrijkste om te weten over hypotheek berekenen?
Aan de basis van hypotheek berekenen staan je financiële gegevens: bruto-inkomen, vaste lasten, schulden (BKR), eigen geld, rente en looptijd. Kies een aflosvorm (annuïtair of lineair) en gebruik actuele rente en normen.
Hoe begin je het beste met hypotheek berekenen?
Begin met je maximale hypotheek en netto maandlasten te berekenen in een betrouwbare rekentool. Voer toetsinkomen, rente, looptijd, aflosvorm, eigen geld en schulden in. Reken ook bijkomende kosten mee: kosten koper, notariskosten, taxatie, NHG-premie.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij hypotheek berekenen?
Veelgemaakte fouten: alleen bruto bedragen bekijken, renteaftrek overschatten, variabel of seizoensinkomen negeren, studieschuld verzwijgen, energielabel-effect missen, te optimistische rente aannemen, VvE, onderhoud, verzekeringen en energie vergeten, of geen advies inwinnen.