Wil je snel weten wat je elke maand voor je studieschuld betaalt? Je ontdekt hoe schuld, rente, looptijd en (bij DUO) je draagkracht je maandbedrag bepalen, wat de verschillen zijn met België en hoe je met een rekentool direct je maandlast, totale kosten en einddatum ziet. Reken eenvoudig scenario’s door (rente omhoog/omlaag, extra aflossen) en krijg praktische tips om fouten te vermijden en je budget voorspelbaar te houden.

Maandbedrag studieschuld berekenen: de basis
Je maandbedrag begint met drie bouwstenen: je openstaande schuld, de rente en de aflosregeling waar je onder valt. In Nederland regel je dat via DUO. Na je studie heb je eerst een aanloopfase waarin je nog niet hoeft af te lossen, daarna start de aflosperiode. Val je onder het (sociaal) leenstelsel, dan rekent DUO vooral op basis van je draagkracht: je (gezamenlijk) inkomen, eventuele partner en kinderen en de resterende looptijd bepalen welk bedrag je maandelijks betaalt. De rente speelt dan vooral een rol in de totale kosten en in hoelang je effectief bezig bent, terwijl het bedrag zelf jaarlijks kan veranderen als je inkomen wijzigt of na herbeoordeling. Valt je lening onder een oudere regeling of los je annuïtair af, dan beïnvloedt de rente wél direct je maandbedrag: hoe hoger de rente, hoe groter de maandlast bij dezelfde looptijd.
In België is een studieschuld vaak een banklening of voorschot met een vaste looptijd en annuïteit, waardoor schuld, rente en looptijd samen het maandbedrag bepalen. Wil je snel weten waar je aan toe bent, gebruik dan een rekentool studieschuld: met saldo, rentepercentage, looptijd en (indien van toepassing) je inkomen krijg je direct een realistische schatting van je maandlast. Houd er rekening mee dat je maandbedrag kan veranderen bij een inkomenstijging, het aflopen van een rentevastperiode of wanneer je kiest voor extra aflossen. Rente studieschuld berekenen en scenario’s doorrekenen helpt je om vandaag een bedrag te plannen dat ook morgen past.
Welke factoren bepalen je maandbedrag (schuld, rente, looptijd, draagkracht)
Je maandbedrag komt voort uit vier schakels die elkaar beïnvloeden. Je schuld is de start: hoe hoger het openstaande saldo, hoe meer je normaal gesproken per maand betaalt. De rente bepaalt wat je aan kosten kwijt bent over tijd en, bij annuïtair aflossen, ook direct de hoogte van je maandlast; een hogere rente maakt hetzelfde bedrag in kortere tijd simpelweg duurder. De looptijd spreidt je aflossing: langer aflossen betekent lagere maandlast maar meer totale rente.
Bij een draagkrachtregeling, zoals bij DUO veel voorkomt, weegt je inkomen (en soms dat van je partner) zwaarder mee dan de schuld: stijgt je inkomen, dan kan je maandbedrag meegroeien. In België of bij bankleningen bepalen vooral schuld, rente en looptijd het bedrag, omdat die meestal annuïtair zijn.
Regelingen in Nederland en België in het kort (DUO, looptijden, vrijstellingen)
In Nederland regel je je studieschuld bij DUO. Na je studie heb je meestal een aanloopfase waarin je nog niets hoeft te betalen, daarna start de aflosperiode. Val je onder het leenstelsel, dan is de looptijd lang (tot 35 jaar) en wordt je maandbedrag op draagkracht gebaseerd; bij een laag inkomen kan je betaling zelfs tijdelijk op nul uitkomen. Ook kun je betaalpauzes aanvragen, terwijl de rente periodiek wordt vastgesteld en vaak voor meerdere jaren vaststaat.
Had je een oudere lening, dan is de looptijd korter en werkt de berekening meer annuïtair. In België loopt een studieschuld meestal via de bank: vaste rente, vaste looptijd en een annuïtair maandbedrag, met soms uitstel van aflossing tijdens je studie of een betalingsplan bij tijdelijke krapte, maar geen DUO-achtige draagkrachtvrijstelling.
[TIP] Tip: Noteer schuld, rente en looptijd; bereken maandbedrag met online calculator.

Zelf je maandbedrag berekenen: stappenplan
Met dit stappenplan bereken je zelf snel je maandbedrag voor je studieschuld. Doorloop de drie stappen en houd rekening met je regeling en rente.
- Bepaal onder welke regeling je valt en verzamel je gegevens: DUO-draagkracht of annuïtair (bank of oudere DUO-lening), openstaand saldo, rentepercentage, resterende looptijd (in maanden), (gezamenlijk) toetsingsinkomen, partner-/kindgegevens en je rentevastperiode.
- Pas de juiste rekenmethode toe: bij DUO-draagkracht reken je vanuit je toetsingsinkomen; boven de vrijstellingsdrempel betaal je een percentage, waardoor je maandbedrag meebeweegt met je inkomen en jaarlijks kan wijzigen. Bij annuïtair aflossen gebruik je de maandrente (jaarrente/12) en het aantal termijnen om de vaste maandtermijn te bepalen; hogere rente of kortere looptijd betekent een hogere maandlast. Let op wijzigingen in de rentevastperiode.
- Maak een korte voorbeeldberekening (fictief): DUO-draagkracht: toetsingsinkomen 45.000, vrijstelling 27.000, percentage 4% -> 4% van 18.000 = 720/jaar 60/maand (afhankelijk van jouw cohort/regels). Annuïtair: schuld 20.000, 2% jaarrente, 120 maanden -> maandtermijn 184; bij 60 maanden of 3% rente stijgt de termijn merkbaar.
Check of je uitkomst past bij de voorwaarden van jouw regeling en herbereken bij rente- of inkomenswijzigingen. Zo houd je grip op je maandlast.
Gegevens verzamelen (saldo, rentepercentage, inkomen, gezinssituatie, looptijd)
Je berekening staat of valt met kloppende gegevens. Haal je actuele saldo en rentepercentage op in Mijn DUO of bij je bank als je een particuliere studielening hebt. Noteer ook de rentevastperiode, zodat je weet wanneer een nieuw percentage je maandbedrag kan veranderen. Verzamel je inkomen op basis van het laatst bekende toetsingsinkomen; heb je een partner, neem dan het gezamenlijke inkomen mee als je onder een draagkrachtregeling valt.
Je gezinssituatie telt ook mee: partner en kinderen kunnen de vrijstelling en dus je maandbedrag beïnvloeden. Check tenslotte de resterende looptijd in maanden, want die bepaalt hoe je aflossing over de tijd wordt uitgesmeerd. Met deze vijf bouwstenen maak je een betrouwbare start voor je berekening.
Rekenmethode toepassen: draagkracht en annuïtaire berekening
Bij de draagkrachtmethode reken je vanuit je toetsingsinkomen. Je vergelijkt je inkomen met een vrijstellingsdrempel, over het meerdere betaal je een vastgesteld percentage en dat deel je door 12 voor een maandbedrag. DUO weegt ook je partner en kinderen mee en herzien jaarlijks je bedrag; stijgt je inkomen, dan stijgt vaak je maandlast. Je schuld en rente bepalen hier vooral de totale kosten en hoe lang je bezig bent, niet altijd je maandtermijn.
Bij annuïtair aflossen bereken je een vaste maandtermijn met de maandrente (jaarrente gedeeld door 12) en het aantal resterende maanden: hogere rente of kortere looptijd geeft een hoger bedrag. Je betaalt elke maand zowel rente als aflossing; naarmate je aflost, daalt het rentedeel en groeit het aflossingsdeel. Extra aflossen verlaagt je schuld, waardoor je termijnen of looptijd omlaag kunnen, afhankelijk van je keuze.
Voorbeeldberekening: van schuld naar maandlast
Stel: je hebt 20.000 studieschuld, 5% jaarrente en je wilt in 10 jaar annuïtair aflossen. De maandrente is 5%/12 0,4167%. Met de annuïteitenformule kom je dan uit op ongeveer 212 per maand. Dat bedrag blijft in principe gelijk, maar de samenstelling verschuift: in het begin betaal je relatief veel rente en weinig aflossing, later juist omgekeerd. Nu een draagkrachtvoorbeeld bij DUO: neem een toetsingsinkomen van 36.
000 en een vrijstellingsdrempel van 24.000. Als het geldende draagkrachtpercentage 4% is, betaal je 4% over 12.000 = 480 per jaar, dus circa 40 per maand. Stijgt je inkomen of verandert de rente, dan kan je maandbedrag worden herzien. Met een rekentool studieschuld kun je beide scenario’s snel doorrekenen en zien wat extra aflossen doet met je maandlast.
[TIP] Tip: Gebruik DUO-rekentool: voer inkomen, rente, schuld en looptijd in.

Rente studieschuld berekenen en het effect op je maandlast
De rente op je studieschuld bepaalt wat je schuld je over tijd kost en, afhankelijk van je regeling, ook hoeveel je maandelijks betaalt. Je berekent rente door de jaarrente te nemen en die naar maandrente om te rekenen (jaarrente/12), toegepast op je actuele saldo; tijdens je studie en aanloopfase wordt die rente meestal bijgeschreven, waardoor je schuld kan groeien. In Nederland wordt de rente periodiek vastgesteld en staat die doorgaans voor een rentevastperiode (vaak 5 jaar) vast; bij een herziening kan je totale kostenplaatje flink veranderen.
Los je annuïtair af (bij een bank of oudere lening), dan vertaalt een hogere rente zich direct in een hoger maandbedrag of een langere looptijd. Val je onder de DUO-draagkrachtregeling, dan volgt je maandbedrag vooral je inkomen, maar rente beïnvloedt wel hoeveel van je betaling naar rente of aflossing gaat en hoe snel je saldo daalt. Rente studieschuld berekenen met een paar scenario’s (rente omhoog/omlaag, extra aflossen) laat je zien welke maandlast en totale kosten het best bij je budget passen.
Hoe en wanneer de rente wordt vastgesteld
In Nederland stelt DUO de rente elk kalenderjaar vast op basis van de marktrente op staatsleningen. Tijdens je studie en in de aanloopfase wordt die jaarrente periodiek bijgeschreven op je schuld. Start je met aflossen, dan krijg je het op dat moment geldende percentage als je rente voor een vaste periode (meestal 5 jaar); aan het einde van die periode wordt je rente opnieuw vastgesteld.
Verandert er halverwege het jaar iets in je situatie, dan blijft je rente gelijk zolang je rentevaste periode loopt. Je ontvangt vooraf bericht met het nieuwe percentage en de ingangsdatum. In België bepaalt je bank de rente: die is vaak vast bij aanvang, of variabel en gekoppeld aan een referentie-index met herziening op afgesproken momenten. Check je contract voor de exacte afspraken.
Scenario’s doorrekenen: stijgende, dalende of vaste rente
Door scenario’s te rekenen zie je meteen wat rente met je maandlast doet. Bij annuïtair aflossen werkt een hogere rente direct door in een hogere termijn of een langere looptijd; daalt de rente, dan kun je herberekenen of oversluiten voor lagere kosten. Val je onder de DUO-draagkrachtregeling, dan blijft je maandbedrag vooral gekoppeld aan je inkomen, maar bij herziening van de rente wijzigt de verhouding tussen rente en aflossing en kan je totale kostenplaatje veranderen.
Reken drie varianten: rente gelijk, +1 à +2 procentpunt en -1 procentpunt. Gebruik een rekentool studieschuld met je saldo, resterende looptijd en rentevastperiode om te zien welke buffer je nodig hebt en of extra aflossen nu loont.
Slimme rente-keuzes (extra aflossen, buffer, timing)
Slim kiezen draait om wat je rente doet en wat je zelf aankan. Extra aflossen verlaagt direct je rentekosten; bij DUO kan dat boetevrij en leidt het na herberekening tot een lager maandbedrag of een kortere looptijd. Heb je een banklening, check dan of er een boete geldt. Bouw eerst een noodbuffer op van ongeveer 3 tot 6 maanden vaste lasten, zodat je niet hoeft te lenen als er iets misgaat.
Vergelijk je studierente met spaarrente of verwacht rendement: is je rente hoger, dan weegt extra aflossen vaak zwaarder. Timing helpt ook: vlak vóór een renteherziening aflossen verkleint de basis voor de nieuwe periode. Reken scenario’s door met een rekentool studieschuld en kies wat past bij je budget.
[TIP] Tip: Gebruik de DUO-afloscalculator en neem actuele rente als uitgangspunt.

Rekentool studieschuld: sneller en slimmer berekenen
Met een rekentool voor je studieschuld reken je in minuten je maandlast door en test je meteen verschillende scenario’s. Zo zie je snel wat slim is voor jouw situatie.
- Wat je invult en wat je terugkrijgt: voer je actuele schuld, jaarrente, resterende looptijd en type regeling in (DUO-draagkracht of annuïtair); bij draagkracht ook je (toetsings)inkomen en eventuele partner- en kindgegevens. Je krijgt direct je verwachte maandbedrag, totale rente/kosten en een indicatieve einddatum/looptijd terug.
- Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt: gebruik bruto in plaats van netto inkomen? Fout-pak je fiscale (toetsings)inkomen van de laatste aanslag/jaaropgave; rente per maand invullen? Gebruik het jaarrentepercentage; verouderde rente of bijna aflopende rentevastperiode? Check het actuele DUO-rentetarief en je rentevastmoment; vergeet niet de juiste regeling/cohort te kiezen.
- Aflosstrategie op basis van je uitkomst: speel met scenario’s (rente +/-1%-punt, eenmalig of maandelijks extra aflossen, inkomensstap, betaalpauze) en vergelijk maandlast én totale kosten. Kies vervolgens: versneld aflossen bij hogere rente, eerst buffer opbouwen bij lage rente, of tijdelijk minimaal betalen als je inkomensdruk oploopt-en plan extra aflossingen slim rond je rentevastmoment.
Met deze inzichten maak je een onderbouwd aflosplan dat past bij je doelen en risicobereidheid. Zo betaal je niet meer dan nodig en houd je grip op je cashflow.
Wat je invult en wat je terugkrijgt (maandbedrag, totale kosten, looptijd)
In een rekentool studieschuld vul je je actuele schuld in, de jaarrente, de resterende looptijd en het type regeling: draagkracht bij DUO of annuïtair aflossen. Gaat het om draagkracht, dan voeg je je toetsingsinkomen toe en, als dat telt, het inkomen van je partner en je gezinssituatie. Bij annuïtair is vooral de combinatie van rente en looptijd bepalend. Op basis van deze gegevens krijg je direct een verwacht maandbedrag, een raming van de totale kosten (totaal aan rente) en een indicatieve einddatum of resterende looptijd.
Vaak zie je ook een aflossingsschema per maand, zodat je weet hoeveel naar rente en hoeveel naar aflossing gaat. Zo kun je inschatten of je bedrag past bij je budget en waar je kunt bijsturen.
Veelgemaakte fouten met rekentools en hoe je ze voorkomt
De grootste missers ontstaan door verkeerde invoer. Je vult netto in waar bruto hoort, vergeet het inkomen van je partner of kiest de verkeerde regeling (draagkracht versus annuïtair). Ook gaat het vaak mis met rente: je tikt maandrente in plaats van jaarrente, of je negeert dat je rentevastperiode bijna afloopt. Een ander punt is een verouderd saldo of een onjuiste resterende looptijd, waardoor je maandbedrag te rooskleurig lijkt.
Voorkom dit door je gegevens te checken in Mijn DUO of je bankportaal, je laatste aanslag of loonstrook te gebruiken en expliciet te kiezen voor de juiste regeling. Controleer eenheden (jaar- versus maandrente), update je gezinssituatie en draai een tweede berekening met +/-1 procentpunt rente om een realistische bandbreedte te krijgen.
Aflosstrategie bepalen op basis van je uitkomst
Gebruik je rekentool-uitkomst om een helder doel te kiezen: wil je je maandbedrag verlagen, de looptijd inkorten of vooral de totale kosten drukken? Laat je keuze leiden door je rente en je buffer. Is je studierente hoger dan je spaarrente, dan is extra aflossen vaak slim; is je buffer mager, bouw die eerst op zodat je niet opnieuw hoeft te lenen. Bij DUO kun je boetevrij extra aflossen en na herberekening kiezen voor lagere termijnen of een kortere looptijd.
Plan het moment rond een renteherziening voor extra effect. Zet desnoods een vaste extra aflossing per maand klaar en herbereken na elke inkomenswijziging. Zo maak je van je rekentool een stuurknop voor voorspelbare, betaalbare maandlasten.
Veelgestelde vragen over maandbedrag studieschuld berekenen
Wat is het belangrijkste om te weten over maandbedrag studieschuld berekenen?
Je maandbedrag hangt af van schuldhoogte, rente, looptijd en draagkracht (inkomen/gezinssituatie). In Nederland rekent DUO met draagkracht en renteperioden; in België vaak annuïtair. Rentepercentages en termijnen bepalen totale kosten en flexibiliteit.
Hoe begin je het beste met maandbedrag studieschuld berekenen?
Begin met gegevens: openstaand saldo, rentepercentage en rentevastperiode, resterende looptijd, bruto-inkomen, partner/kinderen. Kies methode: DUO-draagkracht of annuïtair. Reken een basisbedrag, test scenario’s (rente/inkomen), en valideer met een betrouwbare rekentool.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij maandbedrag studieschuld berekenen?
Veelgemaakte fouten: bruto met netto verwarren, oude rente of looptijd gebruiken, partner/gezinsfactoren negeren, vrijstellingen/aflosvrije maanden overslaan, alleen minimale aflossing rekenen, en blind vertrouwen op rekentools zonder scenario’s en officiële DUO- of Vlaamse richtlijnen.